Grondslagen begroting en meerjarenraming

De begroting 2020 inclusief de meerjarenraming 2021-2023 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het BBV hiervoor aan de gemeente stelt. Dit houdt onder andere in dat:

1. Voor de begroting en de meerjarenraming een stelsel van baten en lasten wordt gehanteerd;

2. De baten en lasten worden geraamd tot hun bruto bedrag;

3. De begroting en de meerjarenraming, volgens normen die voor gemeenten als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht geeft dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten.

4. De begroting en de meerjarenraming duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan, weergeven.

In dit hoofdstuk worden de grondslagen waarop de begroting is gebaseerd nader toegelicht, wordt een toelichting gegeven op totale lasten en baten en daarbij in hoeverre deze incidenteel of structureel van aard zijn en tot slot een verschillenanalyse op hoofdlijnen gegeven van de verschillen tussen de cijfers van 2020 en de begroting 2019 na wijziging (tot en met augustus 2019).

De grondslagen voor de begroting

In de perspectiefnota 2020-2023 zijn de volgende uitgangspunten door de raad vastgesteld:

  1. CAO-loonstijging: CAO aanhouden;
  2. Prijsstijging: 1,5% conform raming CPB (zie toelichting);
  3. Ten aanzien van gesubsidieerde instellingen een tariefstijging van 1,88% aanhouden;
  4. Voor de tarieven voor onroerende en roerende zaakbelasting, precariobelasting, leges (voor zover niet aan een maximum gebonden), hondenbelasting en markt- en kadegelden geldt het gemiddeld indexcijfer 1,5%;
  5. Voor de tarieven voor leges (dienstverlening) ten aanzien van:
    - drank- en horecavergunning: 50% van de kostprijs voor het afgeven van de vergunning;
    - evenementenvergunning: het tarief bepalen op 5% (= € 163) van de kostprijs bij evenementen met een commericieel karakter, dit voor 2021 te verhogen naar 10% (= € 327) en vanaf 2022 structureel 15% (= € 490); - evenementevergunning met een maatschappelijk karakter: geen kosten in rekening brengen;
  6. Tarieven rioolbelasting, afvalstoffenheffing, begrafenisrechten: tariefsontwikkeling op basis van kostendekkendheid;
  7. Tarieven voor parkeren: voor 2020 niet uitgaan van tariefstijgingen;
  8. Tarieven Veerdienst en Lingehaven: voor 2020 niet uitgaan van tariefstijgingen;
  9. Ten aanzien van het tarief naheffingsaanslag parkeerbelasting het wettelijk maximumtarief aanhouden;
  10. Huren woningen: uitgaan van de mogelijkheden en richtlijnen uit de circulaire Huurprijsbeleid 1 januari 2019 t/m 30 juni 2020 van het min. BZK (circulaire d.d. 29-01-2019);
  11. Huren niet-woningen: de bepalingen terzake uit de gesloten huurovereenkomsten volgen (wat in de regel neerkomt op een tariefsontwikkeling op basis van de CPI-index alle huishoudens);
  12. De rekenrente is bepaald op 1,3%;
  13. De rente voor de grondexploitatie is bepaald op 1,34%;
  14. De targetrente is bepaald op 1%;
  15. Raming aantal inwoners per 1 januari 2020: 36.900;
  16. Raming aantal woonruimten per 1 januari 2020: 16.850;

Ad 1. Alleen de prijsgevoelige budgetten van het Sociaal Domein zijn aangepast voor prijsstijging. De overige prijsgevoelige budgetten zijn niet bijgesteld.